De Belgische federale regering, onder leiding van de N-VA-minister van Pensioenen Jan Jambon, zet een belangrijke budgettaire koerswijziging in door een wetsontwerp in te dienen dat aanzienlijke hervormingen op het gebied van pensioenen voorziet. Afschaffing van de Vivaldi-pensioenbonus, gedeeltelijke bevriezing van de indexering van de wettelijke pensioenen en een belasting op hoge aanvullende pensioenen: deze maatregelen zijn bedoeld om de overheidsuitgaven terug te dringen, maar roepen nu al hevige reacties op.
De pensioenbonus, ingevoerd door de vorige Vivaldi-coalitie om werknemers aan te moedigen hun loopbaan tot drie jaar na de wettelijke pensioenleeftijd te verlengen, staat op de tocht. Volgens het wetsvoorstel van Jan Jambon stopt de opbouw van deze bonus op 30 juni 2025, waarbij de opgebouwde rechten tot die datum behouden blijven. In de praktijk betekent dit dat de bonus beperkt wordt tot maximaal 312 dagen, aanzienlijk minder dan oorspronkelijk voorzien.
Bovendien verdwijnt de optie om de bonus maandelijks uit te laten betalen, ten gunste van een eenmalige uitkering aan het einde van de loopbaan (wat sowieso automatisch van toepassing was). Door deze maatregel zou de regering in 2025 direct 30,5 miljoen euro besparen, met een stapsgewijze besparing die naar verwachting oploopt tot 447,5 miljoen euro tegen 2029. Toch heeft de minister nog geen vervangend systeem gepresenteerd, ondanks de aankondiging van een bonus-malussysteem dat vroegtijdig pensioen zou bestraffen. We kijken met spanning uit naar verdere details.
Een andere opvallende maatregel is dat vanaf 1 juli 2025 de wettelijke pensioenen van meer dan 5.030,33 euro bruto per maand niet langer geïndexeerd zullen worden. Deze bevriezing geldt zowel voor Belgische als buitenlandse pensioenen en is van toepassing op gepensioneerden die meerdere pensioenrechten hebben opgebouwd. Volgens het kabinet-Jambon is deze hervorming bedoeld om meer rechtvaardigheid te creëren tussen de verschillende pensioenstelsels.
Toch gaat deze maatregel verder dan het regeerakkoord, dat slechts een gedeeltelijke plafonnering van de ambtenarenpensioenen voorzag. Anne Léonard, vertegenwoordiger van het ACV, bekritiseert de maatregel en stelt dat deze "het verzekeringskarakter van het systeem ondermijnt en op lange termijn de begunstigden zal benadelen". De tijdelijke besparing door deze maatregel zou dit jaar 29 miljoen euro opleveren en oplopen tot 318 miljoen euro in 2027.
Tot slot is de minister van plan een aanvullende solidariteitsbijdrage van 2% in te voeren op aanvullende pensioenen die 150.000 euro overschrijden. Deze belasting, die van toepassing zal zijn op het per individu opgebouwde kapitaal, zou de staat jaarlijks ongeveer 65 miljoen euro moeten opleveren. Ze is gepland om in werking te treden op 1 oktober 2025 en zal rechtstreeks aan de bron worden ingehouden door de pensioeninstellingen, in overeenstemming met het regeerakkoord. Dit betreft een definitieve en afzonderlijke heffing, en geen voorheffing, zoals het geval is bij de basisbijdrage. Er ontbreekt echter verduidelijking van de minister over de toepasselijkheid van deze nieuwe solidariteitsbijdrage. Toch gaat het duidelijk om een verhoging van de solidariteitsbijdrage, waar Fediplus zich tegen verzet.
Hoewel deze maatregelen bedoeld zijn om de overheidsfinanciën te versterken, zullen ze ongetwijfeld het politieke debat aanwakkeren. De afschaffing van de Vivaldi-bonus en de gedeeltelijke bevriezing van de indexering dreigen de onvrede bij vakbonden en toekomstige gepensioneerden aan te wakkeren, terwijl de nieuwe belasting op aanvullende pensioenen de spanning tussen voorstanders van sociale rechtvaardigheid en pleitbezorgers van een lagere fiscale druk verder zou kunnen vergroten.
Met een budgettair uitdagend jaar 2025 in het vooruitzicht neemt de regering beslissingen die de toekomst van de pensioenen in België blijvend zouden kunnen herdefiniëren. Maar tegen welke prijs voor de getroffen gepensioneerden? Het parlementaire debat belooft cruciaal te worden om deze hervormingen verder te verfijnen en tegemoet te komen aan de groeiende bezorgdheid van de burgers.